Nieuws-voorpagina Huizen Vergunning Abonneren Agenda Panorama Contact PodCast
Nieuws:
datum: 03-09-2007
bron: eBoomberg
auteur: ir. Fred van de Biezen

beroep: Schrijver/Onderzoeker (deel 1/5)

thumbnailHet gaat in deze serie om het bevredigen van nieuwsgierigheid naar wat een medewijkbewoner beweegt een vak te kiezen en wat hem of haar er zo in boeit. Het woord is aan Drs. Christianne Muusers (1959), culinair historica gespecialiseerd in middeleeuwse kookkunst.

HOE LANG WONEN JULLIE NU IN DE WIJK?
In mei 1994 zijn we hier komen wonen. Dus zo'n dertien jaar. Je bent nog op tijd want over een paar maanden ga ik verhuizen, dus misschien schrap je nu het hele interview? Mijn ex heeft dit huis zelf ontworpen. Het is een fijn huis met enorme tuin maar die wordt me toch een beetje te groot. We gaan naar Kortenhoef. Vlakbij dus en met een veel kleinere tuin. Ik ben opgegroeid in Den Haag en heb daarna lange tijd in Den Bosch gewoond. In deze wijk woon ik met heel veel plezier.

JE BENT NEERLANDICUS.
Neerlandica

DAT ONDERSCHEID IS ER?
Er zijn mensen die dat niet vinden, maar ik vind het een vorm van taalverarming om die uitgangen te verliezen. Zelfs in de Volkskrant lees ik af en toe artikelen waarin actrices worden aangeduid met acteur. Ik dacht: "Nou breekt m'n klomp, zeg".
Sommige woorden zijn geslachtsneutraal; rechter, rechtster,... dat klinkt niet. Een staatssecretaris is echt iets anders dan een secretaresse. Een staatssecretaresse, daar kun je niet mee aankomen, dan lacht iedereen je uit.

Onze taal leent zich ook niet echt voor veel uitgangen maar toevallig is "neerlandicus" een aan het Latijn ontleend woord en "rechter" niet. In het Latijn liggen de uitgangen voor de hand: neerlandicus, neerlandica, neerlandici. Maar om nou alles maar in één vorm te gieten gaat me te ver. Dus ik ben gewoon neerlandica.

Toen ik in 1977 aan de -toen nog- Rijksuniversiteit Utrecht ging studeren bleek dat onze spellingsregels jong zijn. Het canoniseren van de Nederlandse taal begon pas in de 19e eeuw. Ik vond het zo'n bevrijding,... gòh,... voor die tijd spelden ze dus gewoon zoals ze wilden. Vooral nu spellingswijzigingen zich steeds sneller opdringen krijg ik het gevoel van: "Maak het een beetje,... ik bepaal zelf wel hoe ik schrijf". Ik heb het dus nog altijd over "koekepannen" waar ik "pannekoeken" in bak. Je zegt ook geen "koekenpan" en "pannenkoek".

Het ligt ook aan het medium waarvoor je schijft. Als je schrijf voor publieke media moet je je houden aan de regels van het medium. Dus voor de Volkskrant het witte boekje en voor de Telegraaf het groene boekje. Voor m'n website doe ik m'n eigen spelling.
Door al die spellingswijzigingen raken mensen woordbeelden ontwend. Waarom kunnen Engelsen nog zo gemakkelijk genieten van Shakespeare? Omdat die spelling al in geen eeuwen meer gewijzigd is. Dus dat woordbeeld is nog steeds bekend. De meeste Nederlanders hebben al problemen met teksten van zestig jaar geleden omdat het zo raar eruit ziet met dubbele klinkers en "sch". Ik vind dat een cultuurverarming.

WE ZIJN EEN BAND MET ONZE CULTUUR KWIJT GERAAKT OMDAT WE ZO ROMMELEN MET DE SPELLING.
Ja. In het Engels rommelt het ook wel wat want je hebt Amerikaans-Engels en Engels-Engels. Met daar nog tussenin het Internationaal-Engels.

JE HEBT NEDERLANDS GESTUDEERD EN RICHT JE DAN OP DE MIDDELEEUWEN?
De studie begon met propedeuse, dan twee jaar kandidaats en twee jaar doctoraal. Tijdens die propedeuse en het kandidaats krijg je steeds meer zicht op het vak maar ook op de mensen die het geven. Het was heel frappant dat iedere vakgroep een eigen cultuur had, een eigen type mensen. Die docenten hadden een bepaalde uitstraling. Dat was bij moderne letterkunde anders dan bij historische taalkunde, anders dan bij moderne taalkunde, anders dan bij 17de eeuws Nederlands en weer anders bij Middelnederlands. Ik merkte dat ik het best paste bij de middeleeuwse groep.

Mijn belangstelling voor de Middeleeuwen gaat nou ook weer niet zover dat ik er zelf in zou willen leven,... ik idealiseer ze absoluut niet.

In de Middeleeuwen had je één Europese cultuur die zich uitte in verschillende talen. Er bestonden nog geen naties als nu. Als je je specialiseert in kookteksten dan bestudeer je vanuit het Nederlands als vakgebied, teksten in het Engels, Frans, Spaans, Italiaans en Arabisch (maar dan wel vertaald natuurlijk), en daarnaast ook geschiedenis, sociale wetenschappen. Je komt met van alles in aanraking.

DE PERIODE EN SFEER VAN IVANHOE?
Ivanhoe speelde, dacht ik, in de twaalfde eeuw. Uit die tijd zijn er geen kookboeken overgeleverd. Dan ben je bezig als archeoloog en duik je in beerputten en analyseer je pollen en verbrandde botjes. Maar ik baseer me op teksten en dan moeten die er natuurlijk wel zijn. De oudste overgeleverde kookteksten komen uit eind 13de eeuw.

Er zijn wel andere geschreven bronnen van vóór de 13de eeuw waaruit we iets te weten kunnen komen over de kookkunst, bijvoorbeeld het Capitularis de Villis van Karel de Grote van rond het jaar 800. Hierin had hij voor alle kroondomeinen laten opnemen wat er verbouwd moest worden, welke voorzieningen er moesten zijn en wat voor vee er rond moest lopen. Die plantenlijsten, met fruitbomen, groenten, granen, en kruiden voor de keuken en de geneeskunst, zijn van groot nut voor culinair historici. Voor Karel de Grote waren ze ook belangrijk. Zijn hofhouding bestond uit een groot gezelschap, enige honderden of zelfs duizenden mensen. Beschouw zo’n groot gezelschap maar als een wolk sprinkhanen die ergens daalt. Na verloop van tijd is de omgeving gewoon leeggegeten en trekt men naar een volgend kasteel.

De eerste bewaard gebleven kookboeken zijn uit eind 13de eeuw. In de 14de eeuw groeit het aantal, en vanaf eind 15de eeuw komen er nog meer door de uitvinding van de boekdrukkunst.

In Nederland zijn we een beetje aan de late kant met kookboeken. Onze oudste kookboeken dateren van eind 15de eeuw maar zijn daarom niet minder middeleeuws. Door de grote culturele eenheid in de Europese Middeleeuwen kom je dezelfde recepten in andere talen ook weer tegen. Vaak zijn de bronnen van middelnederlandse recepten veel ouder dan de kookboeken waarin ze zijn overgeleverd. Ze zijn met kleine veranderingen steeds weer overgeschreven, zelfs tot in de 17de eeuw. De ‘culinaire Middeleeuwen’ eindigen dan ook pas rond 1650, dus niet met de ontdekking van Amerika in 1492.

Pas dan herken je de eerste vernieuwende kookboeken die duidelijk een andere filosofie over koken hebben en andere uitgangspunten hanteren.

foto
Copyright © 2010 eBoomberg.nl. All rights reserved.